Inleiding (bron Wikipedia)
Carbonia-Iglesias is één van de vier "nieuwe" Sardijnse provincies. Carbonia-Iglesias is ontstaan uit de provincie Cagliari en heeft Carbonia en Iglesias als hoofdsteden.
Het territorium van de provincie omvat de historische streken Sulcis en Iglesiente. Het westen is bergachtig met de Monte Linas als hoogste punt. Tot Carbona-Iglesias behoren twee grote eilanden: Isola San Pietro en Sant'Antioco. Sant'Antioco is qua grootte het vierde eiland van Italië na Sicilië, Sardinië en Elba. Carbonia is een moderne stad en werd pas opgericht in 1938. De naam refereert aan de vele steenkoolmijnen in deze streek. Bij Fluminimaggiore zijn de resten te vinden van de Punische tempel Antas.
Onze ervaringen:
Iglesias:
Als je in het zuidwesten op vakantie gaat bezoek je natuurlijk het stadje Iglesias. We parkeren in het centrum en betalen 1,50 aan de heen en weer lopende parkeerwachter. Goed voor 2 uur. Leuke straatjes met opvallend veel juweliers.
Natuurlijk mag de cappuccino niet ontbreken, slechts 0,90 euro en nog lekker ook. Een heerlijk appelgeval er bij voor 0,80 euro. Dat zijn andere prijzen dan in Porto Cervo en omstreken!
Iglesias is gesticht in de 13e eeuw in verband met de heropening van de Romeinse mijnen (o.a.: zilver en lood) door de Pisanen. Nu is het echt een provincie stadje met diverse pleintjes (Piazza). De "Piazza G. Oberdan" is de grootste in de stad en vlak bij het plein vind je de overblijfselen van de toren van "Castello Salvaterra" (gebouwd in 1248). De dom van "Santa Chiara (laat 13e eeuw) staat aan een klassiek plein "Piazza Minicipio" waar ook "Palazzo Vescovile" (het bisschoppelijke paleis) staat. Verder is er nog een museum: "Museo dell'Arte Mineraria", dit gebouw was oorspronkelijk een mijnbouwschool. In Siliqua (15 km ten oosten) staat het 12e eeuwse "Castello di Aquafredda", een prachtig bouwwerk boven op het rotsgebergte. We hebben het meeste wel zien liggen maar hebben het verder niet bezocht.
Als je toch in Iglesias bent, bezoek dan ook de Tempio di Antas en de Grotta di Su Mannau die in de omgeving liggen. Verder vallen de (restanten van ) de mijnen op die hier in de directe omgeving liggen.
Grotta di Su Mannau:
Na eerder de grotten Nettuno en Marmuri te hebben bezocht hebben we ook in deze hoek de Grotta di Su Mannau bekeken. Kan het nog mooier is dan natuurlijk de eerste gedachte die bij je opkomt. Want Nettuna en Marmuri waren toch al heel indrukwekkend.
We moeten een kleine 30 minuten wachten voor de rondleiding begint met een Italiaanse gids die enthousiast vertelt voor de 7 Italianen. Voor de 4 Duitsers en 4 Nederlanders probeert hij toch ook in het Engels iets duidelijk te maken hetgeen hem wel lukt.
De grotten zijn werkelijk prachtig, mooie grote kamers op 3 verdiepingen, 50 meter naar beneden over metalen trappen. Aan het einde zijn ze bezig een nieuw stuk te "ontginnen", 600 meter lang en het duurt een jaar of 4 voordat het klaar is. In de grot is het constant 16 graden en het water 12. Het bezochte stuk was zo'n 500 meter.
In dit grottenstelsel is het ook mogelijk om verschillende tochten te maken van 3 tot maar liefst 8 uur buiten de gebaande paden, speciaal dus voor beoefenaars van speleologie.
Geen teleurstelling dus deze grotten. Er bevinden zich meer grotten in de zuidwest hoek, die hebben we niet bezocht, maar: deze was top!
Tempio di Antas:
Richtingaanwijzers zijn op Sardinië geen gemeen goed. Soms staat er één en dan op de volgende splitsing géén! In het bergachtige gebied waar Tempio di Antas moest liggen, zagen we er voldoende om er te komen. Je moest dan ook entree betalen. Niet dat dat erg is, maar naar bezienswaardigheden waar je geen entree voor hoeft te betalen zie je eigenlijk bijna nooit richtingaanwijzers. Je kunt na bezichtiging van de tempel nog wat verder doorlopen naar een Romeinse steengroeve. Je moet je er niet al te veel van voorstellen hoor, maar ach als je er toch bent….
De tempel van Antas staat midden in het ertsrijke berggebied van de Iglesiente, in een van de groene valleien. De tempel werd aanvankelijk door de Puniërs opgericht om de verbondenheid tussen de Karthagers en de Sarden te symboliseren en gaf aan hoe groot de Puniërs het belang van de erts winning in dit gebied al beschouwden. Onder de Romeinen, die ook dit belang inzagen, werd de tempel in romeinse stijl herbouwd en dat wat er nu nog te zien is zijn er de overblijfselen van. De tempel, in de vallei van de rivier de Antas (rio Antas) waaraan de site de naam ontleent, was gewijd aan Babai, de voorvader van de Sarden, die door de Puniërs Sid en door de Romeinen Sardus Pater werd genoemd. Hoe de Sardische godheid door de Sarden zelf genoemd werd is niet bekend uit de bronnen. Het kwam in de oudheid wel vaker voor dat lokale goden aan Punische, Griekse of later Romeinse goden geassimileerd werden en dat ze hun oorspronkelijke naam verloren.
De cursief geschreven tekst komt van deze site Tharros, waar je nog veel meer kunt lezen over deze tempel en andere historische zaken op Sardinië.
Mijnbouw:
De mijnbouw in Sardinië is onmiskenbaar aanwezig met name in het zuidwesten. Niet dat veel mijnen nog in bedrijf zijn of dat Sardinië economisch afhankelijk is van de mijnbouw. Nee, maar de resten van de mijnbouw zijn overduidelijk aanwezig. Hier en daar worden ze als toeristische trekpleister opgeknapt, op andere plekken zie je alleen nog slechts schroot- en puinhopen. De kolenmijnen, waarvan bij Carbonia nog duidelijk de resten te bezichtigen zijn, waren tot de jaren 60 nog in bedrijf. Andere mijnen zoals zink, lood, maar ook fluor en cadmium zijn langer in bedrijf geweest. Nabij Iglesias zie je de rijk gemineraliseerde gronden liggen. Hier zijn ook nog 2 mijnen die in bedrijf zijn.
Sommige mijnbouwbedrijven kun je – soms op verzoek – nog bezichtigen. Anderen zijn niet anders dan ruïnes. Een enkele keer heeft men er een restaurant of zoiets van gemaakt. Ook worden restanten van spoorrails en gondelverbindingen geconserveerd. Over het hele eiland vind je restanten, maar de zuidwesthoek spant de kroon. Eerder schreven we al over de ervaringen van het spookstadje Argentiera in het Noordwesten.
Sant'Antioco:
Een eiland in de zuidwest hoek van Sardinië verbonden door een brug. Direct als je het eiland opkomt zit je in het stadje Sant’Antioco en nog wat verder naar het noorden ligt het schilderachtige vissersplaatsje Calasetta. We hadden een appartement gehuurd van mensen in dit leuke dorpje, vlakbij het strand en de haven op loopafstand.
In de folder wordt ruim gewag gemaakt van historische zaken als nuraghi en Domus de Janas. Maar helaas liet de bewegwijzering veel te wensen over. We hebben eigenlijk alleen maar mooie natuur gezien. We hebben de torens (Canai en in Calasetta) wel van dichtbij kunnen bewonderen, maar bezichtigen was er niet bij. Sowieso is het eiland erg rustig en van toeristen begin mei nog geen spoor. Eén camping deed voorzichtig voor het eerst dit seizoen de slagboom open voor een verdwaalde toerist.
Nog wat feitelijkheden: Het eiland heeft een oppervlakte van 109 Km2 het is hiermee het vierde eiland van Italië. Sant’Antioco telt 11.000 inwoners die bijna allemaal in het gelijknamige stadje wonen.
Het is een vulkanisch eiland; het heeft veel rotsachtige kusten. Bij aankomst bij de brug zie je een prachtige lagune met op de achtergrond Sant ‘Antioco. Deze lagunes en zoutvlakten zijn het hele jaar door bevolkt door flamingo’s, steltkluten, aalscholvers en meeuwen.
Een Nederlandse die woont op Sant’Antioco organiseert diverse excursies op het eiland, zie Sardinietrips.eu
De Zuidkust:
De zuidkust van St. Antioco tot aan Cagliari is wisselend en in de lente prachtig gekleurd, verrassend en afwisselend. Baaien, rotspartijen, kliffen, zandstranden vlak en wit zoals Costa del Sud. Binnenmeertjes met flamingo's en her en der koeien die liggen te herkauwen met de branding op de achtergrond. Vermoedelijk zoeken deze koeien de schaduw van de bomen in de zomer wel op, want om dan op het strand te liggen…..
Natuurlijk zijn er ook de Spaanse torens en gezellige dorpjes als Porto Pino en Pula. De nuraghes die we proberen te spotten zijn of een bouwval met zeer hoog gras of ze zijn niet te vinden. Wel kunnen we de toren van Chia van dichtbij bewonderen die daar prachtig ligt in de gele bloemenzee, met een geweldig uitzicht over de witte stranden en baaien. Uiteraard rijden we ook even langs St. Efisio. Maar het blijft een zeer eenvoudig kerkje voor zo'n grote gebeurtenis rond 1 mei, dat hadden we al eerder geconstateerd.
Van Cagliari naar Villasimius is het eigenlijk niet veel anders, hoewel de kusten daar veel hoger zijn met veel minder strand. Mooie uitzichten, vooral met de ondergaande zon richting Cagliari!

