Inleiding (bron Wikipedia)
Nuoro is een van de acht provinicies van de Italiaanse autonome regio Sardinië. De hoofdstad is de stad Nuoro.
De provinicie Nuoro is met haar 164.260 inwoners op 3934 km² het dunstbevolkte en meest ongerepte gebied van Italië. De streek heeft een sterk landelijk karakter. Van industrialisatie is nauwelijks sprake. Belangrijkste toeristische trekkers zijn het massief van Gennargentu en de Golf van Orosei. Het gebied gaat in het zuiden naadloos over in de provincie Ogliastra.
Onze ervaringen:
Nuoro stad:
Met Cagliari voorop behoort Nuoro tot één van de 6 grotere steden van Sardinië; de andere zijn Sassari, Oristano, Olbia en Alghero. Brede lanen, stoplichten, buitenwijken, parkeergarage enz.
Nuoro, de provinciehoofdstad aan de voet van de Monte Ortobene (995 meter hoog) kon ons niet echt bekoren. Een groot plein , een winkelstraat met hier en daar een paar zitjes. Een paar kerken, een kathedraal en museum, we hebben ze niet bezocht. Wel hebben we een lekkere kop cappucino voor 1 euro gedronken en heerlijk Italiaans ijs gegeten; waar kan dat niet op Sardinië?
Wat erg mooi is, is de ligging van dit stadje: je hebt prachtige vergezichten en de wegen naar en van Nuoro zijn heerlijk om te rijden. Mooie uitzichten en in het voorjaar een prachtige bermflora.
Het voormalige herdersdorp is vooral een dorp gebleven met daaromheen industrie en hoogbouw. De mensen dragen hun geschiedenis met zich mee en daar merk je eigenlijk als toerist niet zoveel van. Er waren toch wel diverse toeristenbussen die aan de buitenkant parkeerden en waarvan een stroom aan mensen naar het grote plein sjokte.
Fonni:
Deze paragraaf had net zo goed Tonara, Aritzo, Orani, Jerzu of Orgosolo kunnen heten. Het gaat hier om de dorpjes die we bezocht hebben/doorheen reden tijdens onze dagtochtjes rond het Gennargentu gebergte, Nuoro en in de mooie Provincia Ogliastra. Waarom?
Dit soort dorpjes lijken namelijk allemaal heel erg op elkaar. Er loopt een hoofdweg doorheen en zodra je hier een dwarsweg inslaat worden de straatjes zeer nauw. Je hebt het idee dat je je spiegels in moet trekken om niet de voordeuren van de huizen te beschadigen. Of andersom…
Een ander opvallend gegeven is dat in al die dorpjes huizen/gebouwen staan die op instorten staan. Gewoon midden tussen de andere huizen ineens een onbewoonbaar krot. Deze worden niet afgebroken ofzo, maar blijven dus gewoon staan. Er is zelfs een heel dorpje Gáiro dat ooit door een modderstroom is verwoest dat uitsluitend bestaat uit lege geraamtes van huizen en schuren. Haast luguber.
Dit soort dorpjes zijn er niet echt voor de toeristen. Soms zie je weleens een parasol met enkele stoel er om heen tussen wat geparkeerde auto's staan, maar nauwelijks aantrekkelijk om daar eens lekker te gaan zitten genieten van een Cappucino of Rosé.
In veel van die dorpjes is het zeker de moeite waard om eens op zoek te gaan naar de muurschilderingen. Heel veel huizen zijn voorzien van een muurschildering met diverse onderwerpen: religieuze, heldhaftige, maar ook bijvoorbeeld een geheel geschilderde huizenrij op een blinde muur of mensen geschilderd op een niet bestaand balkon. Heel fraai en we hebben er dan ook vele gefotografeerd.
Eh, is er dan nog iets bijzonders aan Fonni zelf? Ja, het is het hoogst gelegen
dorp (1000m) op Sardinië: het is maar dat je het weet…
Orosei:
Wat een verademing toen we in Orosei aankwamen na ons bezoek aan Nuoro en de passages van vele dorpjes in de bergen en heuvels. Een dorpje met centraal een gezellig pleintje, waar je lekker onder de (palm-)bomen kan zitten of je te goed doen aan een lekkere Sardijnse maaltijd of wijntje. Zo rustiek en fraai hadden we het nog niet gezien, ook de provincie hoofdstad Nuoro (althans het centrum) kan daar niet aan tippen.
Behalve dat er een vredig pleintje was, waren de straatjes in authentieke sferen gebracht, je kon daar leuk wandelen en zo her en der een leuke kiek maken. Oude huizen en barokke en middeleeuwse gebouwen lagen fotogeniek op de toeristen te wachten. Nee, niet dat wij er over de toerisen struikelden of zo hoor, maar hoe het in de zomer is….. dan zal het wel iets drukker zijn, lijkt ons zo.
Buiten Orosei was er ook een haven en strand met een parkeerplaats die ook deed vermoeden dat het hier 's zomers best gezellig druk kan zijn. In mei hadden wij de keuze uit alle parkeerplaatsen. Vanuit de haven worden boottochten georgansieerd naar grotten en stranden die onbereikbaar zijn via het land. Even buiten Orosei – op de weg naar Dorgali (125) – reden we langs een grote marmergroeve.
Deze weg – de SS125 – wordt ook wel Oriëntale Sarda genoemd. Op verschillende delen vooral zuidelijker, wordt er een nieuwe weg naast de oude aangelegd. De nieuwe weg wordt aangeduid met Nuovo en de oude met EX. Verschilende borden langs dit project hielpen ons herinneren dat het met EU-geld wordt gefinancierd.
Marmergroeve:
We waren er niet naar op zoek, maar tijdens één van onze rondritten reden we ineens langs een reusachtige marmergroeve langs de weg van Orosei naar Dorgali. Gigantische blokken marmer worden daar uit de bergen gehakt/gezaagd(?) en op grote diepladers getakeld om vervolgens uit de "pit"naar boven te worden gereden. Het was er wel een stoffige bedoening.
Sardinië heeft meer mijnbouwachtige activiteiten, zoals de zilvermijnen die nu of uitgeput zijn of te onrendabel zijn om te mijnen. We zijn bij zo'n 'spookstadmijn' geweest in Argentiera. Meerdere mijnen zijn te vinden in het Zuid-Westen.

