Sassari

Inleiding (bron Wikipedia)

Sassari is de noordelijkste van de acht provincies van de Italiaanse autonome regio Sardinië. Hoofdstad is de stad Sassari.
De provincie telt in totaal 322.236 inwoners. Sassari grenst in het zuiden aan de provincies Nuoro en Oristano en in het oosten aan Olbia-Tempio
In de provincie Sassari (afgekort: SS) wordt afwijkend van de rest van Sardinië geen Sardisch maar een meer op Corsicaans gelijkend dialect gesproken. In Alghero en omgeving spreekt men dan weer een dialect dat gelijkt op het Catalaans. De officiële taal is overigens, net als op de rest van Sardinië enkel het Italiaans. Alghero is een mooi toeristisch stadje dat meer bekendheid geniet dan Sassari.

Onze ervaringen:

Alghero:

Alghero, Nederlandse vesting op Sardinië…. Een vesting is het wel en deze stad mag dan wel favoriet zijn bij de Nederlanders, maar het is toch echt niet zo dat je geen andere nationaliteiten tegenkomt. Wel echt toeristisch, maar wij hoorden toch allerlei verschillende talen gesproken worden.

Toen wij er de eerste avond naartoe gingen dachten we om 18.30 uur laat te zijn. Nauwelijks parkeerplaats en lekker druk en ach wat jammer de kraampjes ed. werden al opgeruimd… of toch niet.. nee, ze werden juist opgebouwd. Tot wel 21..00 uur – half tien werd er nog gebouwd en kwam het bruisende leven in dit stadje van de grond. In heerlijke temperaturen banjeren van dikke toren naar dikke toren, van kade muur door nauwe stegen en kleine pleintjes naar de andere kant en weer terug onderweg natuurlijk een heerlijk ijsje etend, want ijssalons zijn er te over. Gezelligheid alom.

Alghero is ooit overheerst door de Catalanen, hoewel het door de rijke familie Doria uit Genua is gesticht. Alghero ligt op dezelfde breedte graad op 300 zeemijl van Barcelona. Veel inwoners van Alghero praten nog Catalaans, maar daar merk je als toerist niks van. Wel zie je hier en daar nog een straatnaambordje in 2 talen. Alghero wordt ook wel de stad van het licht genoemd. “Nergens is de zon feller, nergens de huizen zo wit en nergens lopen er zoveel toeristen rond.” kopt onze reisgids….

Als je dus van gezellige stadjes houdt, dan is Alghero een must!

Grotta di Nettuno:

Het is één van onze eerste uitstapjes geworden en stond hoog op het verlanglijstje. Letterlijk, want je moest met een trap van 656 treden naar beneden. De grot bevindt zich namelijk op zeeniveau van een kaap: Capo Caccia. Je kunt er ook met een boot naar toe, bijvoorbeeld vanuit Alghero.

Toen we bij de trap aankwamen hebben we eerst eens over de rand gekeken… en besloten de gok te wagen. Een vrij brede trap met af en toe een vlak stuk of weer een paar treden omhoog leidde ons naar de grot. Het viel heel erg mee. Niet eng, want een stevige muur scheidde ons van het azuur blauwe water.

In de grot aangekomen moesten we even wachten voor de volgende rondleiding begon. Nadat de boten uit o.a. Alghero mensen hadden opgehaald en gelost, gingen we de grot in. In het Engels en Italiaans vertelde de gids over de prachtige grot. Een klein laagje water weerkaatste de stalactieten en stalagmieten die met geel licht werden beschenen.

Een leuke rondtoer van ongeveer een half uur (200m van de in totaal 2,5 km gangen) bracht ons weer terug in de buitenlucht. Natuurlijk weer de nodige foto's gemaakt, hoewel dat altijd lastig is met het licht. Een collage vind je hier, met o.a een foto van de trap.

De trap op zich viel ons reuze mee. Is voor iedereen te doen, maar je moet er ook even de tijd voor nemen als je wat minder goed bij adem bent.

Capo Caccia:

Capo Caccia, diverse bordjes wijzen je naar deze prachtige kaap nabij Alghero. Het is echt een toeristische trekpleister, mede omdat daar grotten te vinden zijn waarvan Grotto di Nettuno de bekendste is. Deze grot is te bereiken via een trap met 656 traptreden die uit de rotswand is gehouwen: Escala de Cabirol.

Maar halverwege moet je echt even uit de auto om de adembenemende vergezichten, hoog op de klif te fotograferen. Fotosessies met en zonder familieleden die net wel/niet over de rand hangen…. het is allemaal even mooi.

Op de punt van de kaap staat een vuurtoren, waar de diverse zeevogels zoals zilvermeeuwen omheen cirkelen, maar als het meezit kun je op deze kaap ook roofvogels als de slechtvalk en vale gier zien. Over vogels gesproken, Caccia betekent: jagen op wilde duiven, wat hier vroeger erg populair was….

Argentiera:

Het is goed dat er reisgidsen bestaan, dan kom je nog eens ergens. Zo lazen we over het spookstadje Argentiera met nog een houten skelet van wat eens een zilvermijn was.

En inderdaad, luguber stond in de hete zon het bouwwerk van louter nog balken tegen een berghelling van  de al oude zilvermijn. Keek je er even te lang naar, dan waande je je in een wild west film waarbij er elk moment een cowboy achterovervallend van één van de verdiepingen zou storten. En dat overal mensen te voorschijn zouden komen om de sheriff die de badguy had overmeesterd te bejubelen. Maar dat was fantasie, want toevallig werden wij uit onze wildwest droom gewekt door een ambulance die daar iemand moest ophalen. En  nee… niet die dode cowboy.

De streek waar dit stadje ligt heet Argenta hetgeen zilver betekent. De Romeinen en later de Pisanen “dolven” hier al zilver. In de 19e eeuw werden er op meerdere plaatsen langs de kust zilvermijnen geopend. Door de lage zilverprijs waren de mijnen kansloos en liggen er sindsdien verlaten bij. Nu trekt het kristalheldere water in de baai zomers vele bezoekers…

Castel Sardo:

Castelsardo is net als Alghero door de rijke familie Dario uit Genua gesticht. Al ruim in de verte zie je de burcht liggen. Wij hebben deze niet bezocht, maar het zag er indrukwekkend uit. Aan de voet van de poorten en muren van het Castello liggen nauwe gezellige straatjes die de pittoreske bovenstad vormen. Beneden een jachthaven en de grotere winkels en bedrijven.

Op Sardinië heb je heel veel uitgeslepen/geërodeerde gesteenten zoals Capo d’Orso. Ook Castelsardo heeft z’n rock: Roccia dell’Ellefante! Overigens ligt dit stadje op een vulkanische landtong, waar de bevolking oa. van de mossel en andere schaaldieren leeft (en natuurlijk ook een aantal maanden van het toerisme)

Nuraghi:

Op één van de wijnflessen die wij op Sardinië hebben gekocht (en op gedronken) stond de kreet "Isola dei Nuraghi" en dat kenschetst inderdaad een beetje dit eiland. Overal liggen die steenhopen oneerbiedig gezegd, want van sommige "huisjes" is niet meer over dan een berg stenen.

Een Nuraghe is een torentje van los op elkaar gestapelde stenen van een beschaving van 1800 tot 500 voor Chr. Zo'n torentje werd vaak uitgebreid met nog een torentje, verbonden met elkaar, muurtje erom heen en zo ontstond dan een soort nederzetting.

We hebben er in onze eerste vakantie twee bezocht. Eén daarvan was bij Tharros en de andere nabij Alghero: Palmavera Dit pre-historische complex heeft twee torens die door een borstwering zijn omgeven en verder nog talloze lage muurtjes die overblijfselen lijken te zijn van wat eens zo'n taps toe lopend torentje was.In Tiscali (centraal Sardinië) is een heel Nuraghi dorp onder de grond in een soort grot, althans wat daar nog van over is. Er zijn zo'n 7000 van die overblijfselen op Sardinië en degene die de moeite waard zijn staan ook wel aangegeven in de gidsen, folders en op sommige kaarten.Voor archeologen en geschiedenisliefhebbers is er dus van alles te zien!

In onze meivakantie van 2008 hebben we nog een Nuraghe bezocht en een leuke rondleiding gekregen: Nuraghe Sceli.

Meer info over Nuraghi vind je op de site van Tharros.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Geef dit als tip aan je Hyves-vrienden Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site Print deze pagina of genereer een PDF-bestand

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*