Sardinië Blog

De eilanden van Sardinië

by Wilge! on maart 15, 2018 Reacties uitgeschakeld voor De eilanden van Sardinië

“We gaan het hele eiland rond” is een veel gehoorde uitdrukking als we praten met mensen die Sardinië op het lijstje hebben staan. “Welk eiland?”, vraag ik dan een beetje uitdagend. “Nou Sardinië”.
Natuurlijk, Sardinië is een eiland, maar mensen onderschatten vaak de grootte. De oppervlakte is vergelijkbaar met Sicilië en België. Vooral die laatste vergelijking maakt dan indruk. “Maar we hebben wel 4 weken de tijd hoor”, is het tegenantwoord.

Hoewel Italië hun vaste land is, is voor veel Sardijnen Sardinië het vaste land en hebben ze zelf eilanden. Waarmee ze natuurlijk willen zeggen dat ze niet graag Italië als hun vaderland zien én dat ze zelf prachtige eilanden hebben. Dat vertellende worden mensen toch wel wat nieuwsgieriger naar die andere eilanden.

1. Maddalena Archipel

Verreweg het bekendste eiland is La Maddalena, of eigenlijk een groep van eilanden onder de naam Maddalena Archipel. Deze groep eilanden ligt in het noordoosten en loopt door tot en met de Corsicaanse eilanden Cavallo en Lavezzi. De twee grootste eilanden zijn La Maddalena en Caprera die met een brug met elkaar verbonden zijn. Het is mogelijk om met een veerboot vanuit Palau over te steken al dan niet met een auto. Wij opteren liever voor het varen tussen de eilanden en dan te picknicken op een van de strandjes of voor anker bij een van de baaitjes. Ook is het mogelijk om te zeilen. Varend zie je meer van de andere eilanden zoals Spargi, Budelli, Razolli en Stefano om er maar eens een paar te noemen. Het is ook mogelijk om te kamperen of een andere accommodatie te boeken op La Maddelena.

2. Isola Tavolara

Zak je af van de Maddalena Archipel naar het zuiden, dan zie je hier en daar nog wat kleinere eilanden liggen totdat, voorbij Olbia, de majestueuze Tavolara opdoemt.  Het ernaast liggende Molara verbleekt er bij. De Tafelberg is een stevig bergrug die uit de zee oprijst. Heel anders dan La Maddalena. Het is mogelijk om met een veerboot (zonder auto) over te steken vanuit Porto San Paolo, die gelijk ook even langs het veel kleinere Molara vaart. Tevens zijn er ook excursies.

3. Isola dei Càvoli

Vervolgens moet je een heel eind naar beneden om het eerst volgende eiland te zien. In de uiterste zuidoosthoek van Sardinië. Eerst zie je het langgerekte Isola Variglioni en Serpenta, maar als je dan voorbij het toeristische Villasimius rijdt, kom je op een soort schiereiland met een prachtige lagune waar je samen met de flamingo’s op het strand kunt liggen. Nou ja, de flamingo’s staan natuurlijk in het water. Rijd dan zover mogelijk naar het zuidelijke punt Capo Carbonara en je ziet het Isola dei Cavoli met zijn vuurtoren.

4. Sant’Antioco en Isola di SanPetro

Rijd je de zuidkust af naar het westen, dan zie je hier en daar nog wel een klein eiland. Maar als je dan in de zuidwesthoek bent aangekomen bij de provincie Carbonia-Iglesias, dan kom je uit bij de brug die je brengt op Sant’Antioco. Dit eiland wordt ook wel Sardinië in het klein genoemd, omdat er een grote diversiteit is aan natuur en cultuur. Het eiland heeft ook vele stormen door staan, zowel wat betreft natuur als cultuur.

Er wordt ook wel gezegd dat deze eilandbewoners anders zijn dan de Sardijnen. Dat geldt voor de inwoners van San Petro nog meer. De bevolking daar heeft een hele andere geschiedenis. Op dit eiland kun je alleen komen per (veer)boot. Er varen zowel vanaf Sant’Antioco (Calasetta) als vanaf het vaste land Portoscuso veerboten naar dit eigenzinnige eiland met Carloforte als “hoofdstad”. Wil je eens heel wat anders van Sardinië zien, dan is het meer dan de moeite waard om naar deze uithoek toe te komen, niet alleen voor de eilanden, maar ook voor de hele – vaak vergeten – zuidwesthoek van Sardinië, met zijn oude mijnbouw, bossen, wijnbouw, tempel en grotten.

5. Pan di Zucchero

We ontkomen er niet aan om dit eiland te noemen, helemaal niet groot, maar vaak gefotografeerd. Het Suikerklontje heeft met z’n witte uitstraling iets betoverends. Of het nu in de storm ligt en omgeven wordt door hoge golven of in de avond- of ochtendzon ligt “mooi te wezen”. Rijdend langs de kust omhoog zie je behalve een paar andere kleine eilandjes, veel restanten van de mijnbouw. Vooral zilver, zink, lood en kolen werd er gedolven. Bij Masua kun je de weg af richting het Pan di Zucchero en een oude mijnbouwplek.

6. Isola Asinara

De kustwegen naar het noorden zijn prachtig, veel eilanden zul je niet zien, totdat je in het uiterste noordwesten aankomt: Asinara. Dit Parco Nazionale dell’Asinara is ook erg bekend. Al was het maar door de beroemde badplaats Stintino waarvan je het eiland ziet liggen. Tussen het strand van La Pelosa en het grote eiland ligt eerst nog het kleine eiland Piana.

Je kunt het grote eiland bezoeken per veerboot vanuit Stintino en Porto Torres. Diverse excursies zijn mogelijk onder andere per jeep. Dat het de beschermde status heeft gekregen wil dus wel wat zeggen. Deze status heeft het pas sinds 1997. Zou het komen door de wilde witte albino ezels die er vrij rondlopen? Het heeft er in ieder geval wel haar naam aan te danken. Voorheen was dit eiland een gevangenis, de toenmalige vissers werden in 1885 verplaatst naar het toen te stichten dorpje Stintino. De herders op het eiland naar Porto Torres. Er wonen nu maar weinig mensen, vogelaars schijnen er behoorlijk aan hun trekken te komen. Weinig bomen en hoge begroeiing, met veel lage maquis. Verder zijn er een paar mooie baaitjes met klippen: Cala Arena en Cala Sant’Andrea.

Tot zover de grootste eilanden van Sardinië! Een extra reden voor een extra keertje Sardinië!

Wilge!De eilanden van Sardinië

Related Posts

Take a look at these posts